Jarenlang werd het tweelingzijn vooral als nadeel gezien. Tweelingen worden eerder geboren, wegen minder, lopen meer risico op een complicaties voor of rond de bevalling en krijgen minder ouderlijke zorg. Tegenwoordig worden de meeste tweelingen echter gezond geboren.. Hoewel er inderdaad meer risico is op complicaties rondom en na de geboorte, vertonen tweelingen, als ze opgroeien, niet meer fysieke noch emotionele problemen dan andere kinderen. Er is zelfs ontdekt dat het tweelingzijn voordelen heeft, vooral voor de sociaal-emotionele ontwikkeling.
Onderzoekers van de Universiteit van Helsinki, Lea Pulkkinen, Inka Vaalamo et al., in samenwerking met Indiana University, Bloomington, in 2003, gingen ervan uit dat tweelingen baat zouden hebben van het samen opgroeien, waardoor ze gemakkelijker met andere kinderen socialiseren. Immers, het tweelingschap creëert een hele specifieke situatie die zeker een stimulans is voor de sociaal-emotionele ontwikkeling.
Deze onderzoekers bestudeerden een grote groep tweelingen, zowel eeneiige als twee-eiige (van hetzelfde én verschillend geslacht) en eenlingen. De kinderen waren 11 tot 12 jaar oud. Er werd gekeken naar gedragsproblemen en het sociale gedrag.
De gedragsproblemen werden onderverdeeld in deze categorieën:
1) externaliserend probleemgedrag, zoals hyperactiviteit, impulsiviteit, agressiviteit en concentratie problemen.
2) internaliserend probleemgedrag, zoals angst, teruggetrokkenheid en verdriet.
Sociaal gedrag werd onderverdeeld in:
- Positief en constructief gedrag
- Zelfwaardering en actief sociaal gedrag: populariteit, leiderschap en sociale interacties met anderen. Dat laatste vereist een goede impuls- en emotiecontrole.
Er werden tussen de groepen geen verschillen gevonden in relatie tot externaliserend en internaliserend probleemgedrag. Over het algemeen vertonen jongens meer externaliserend probleemgedrag dan meisjes. Terwijl meisjes hun emoties binnenhouden en in stilte lijden (internaliserend probleemgedrag), tonen jongens die door moeilijk gedrag, zoals agressiviteit, rebellie en opstandigheid. Dit verschil werd ook bij de tweelingen gezien, dus in dit opzicht verschillen tweelingen niet van andere kinderen.
De verschillen die werden gevonden waren gunstig voor tweelingen: eenlingjongens scoorden hoger op symptomen van verdriet dan jongenstweelingen en zowel de jongens als meisjes in de eenlingengroep scoorden hoger op onoplettendheid dan de tweelinggroep.
Wat sociaal gedrag betreft, scoorden tweelingen hoger dan de eenlingen. Er was geen verschil tussen de eeneiige en twee-eiige tweelingen van hetzelfde geslacht. Allen scoorden hetzelfde of zelfs hoger op sociabiliteit, zelfwaardering en constructief gedrag dan de eenlingen. De jongen-meisjetweelingen scoorden hoger dan andere tweelingen en eenlingen op leiderschap, populariteit en sociale interacties. Het is duidelijk dat opgroeien met een broer of zus van het andere geslacht hen helpt om zich bij beide seksen op hun gemak te voelen.
Blijkbaar heeft het tweelingzijn voordelen. Het schept een omgeving die sociaal-emotionele ontwikkeling bevordert. Opgroeien met een broer of zus van dezelfde leeftijd biedt volop mogelijkheden om sociale vaardigheden te trainen. Daarnaast scoorden jongens en meisjes in de eenlingengroep hoger op onoplettendheid. En de jongenseenlingen mannen scoorden hoger op verdriet.
Ook is aangetoond dat het aantal zelfmoorden bij volwassen tweelingen lager is dan bij de algemene bevolking. Hier speelt opnieuw mee dat een tweeling -in de meeste gevallen – een trouwe levenskameraad aan zijn zijde heeft.