DRIFTBUIEN BIJ TWEELINGEN

Coks Feenstra · Ontwikkelingspsychologe

6 de mei de 2026

DRIFTBUIEN BIJ TWEELINGEN

Tweelingen zitten tegelijkertijd in de fase van driftbuien.  Dit is voor de ouders een hele uitdaging. Vandaar een aantal tips. Maar eerst uitleg over de functie en het belang van een driftbui.

Wat is een driftbui?

Het kind wordt boos, gooit zich op de grond, huilt, stampt en laat zich niet meer afleiden. Dit gebeurt als iets hem niet lukt of er iets niet  mag. Vanuit psychologisch oogpunt duiden driftbuien op een gezonde emotionele ontwikkeling, een teken van een positieve hechting. Het kind krijgt immers voornamelijk bij zijn ouders driftbuien en veel minder op het kdv of bij andere mensen.  Het is geen teken van een emotionele instabiliteit, enkel een onvermogen om emoties te beheersen. Dit moet het kind nog leren. Ze verdwijnen vanzelf en hebben een positief effect: ze leren het kind om te gaan met stress. Een kind met heftige driftbuien heeft meestal een sterk karakter.  Als de driftaanvallen echter bijna continu zijn en onmogelijk te verdragen, kan dat een aanwijzing zijn dat er meer aan de hand is, zoals bijvoorbeeld een stoornis in het autistische spectrum. De meeste driftbuien behoren echter tot gewoon gedrag van een  kind tussen 1 en 4 jaar.

Driftbuien bij tweelingen

Bij meerlingen komen meer driftbuien voor. Dat heeft te maken met het feit dat de kinderen dicht opelkaar zitten, qua leeftijd en ruimte. Daarnaast zijn ze alle twee (of drie) op hetzelfde moment druk bezig met het ontdekken van hun ‘ik’.  Alles is ‘van mij’, speelgoed kan nog niet worden gedeeld (tot 4 jaar is dat moeilijk). Integendeel: speelgoed wordt nauwlettend ‘bewaakt’, want het vormt een deel van hun beginnende ‘ik’. Ze zitten dus in een fase waarin ze heel bezitterig zijn;  bezit wordt  letterlijk met hand en tand verdedigd. Bijten komt namelijk vaker voor bij meerlingen. Ze hebben immers nog maar een gebrekkig begrip en dominium van taal. Dat is ook een reden dat de fase van driftbuien bij tweelingen langer duurt:  hun taalontwikkeling loopt iets achter op die van een eenling, met name bij de jongenstweeling, zowel een-als twee-eiig. Deze hebben de meeste driftbuien.

Daarnaast beïnvloedt de tweeling elkaar in hun gemoed. Is eentje heel boos, dan wordt de ander daardoor aangestoken, vanuit empathie en een nog gebrekkig ‘ik’. Nu wordt dit kind ook boos of driftig. Dat beïnvloedt weer het eerste kind, dat nog bozer wordt. En zo ontstaat er een ware tsunami aan emoties. Dit fenomeen noemen we het tweelingescalatiesyndroom (TES). We zien het niet alleen bij driftaanvallen, maar ook bij andere gemoedstoestanden, zoals druk zijn. Zo zijn Susana en Laura van nature energiek en druk.  Als ze samen zijn, zijn ze dat nog veel meer!

Hoe te handelen?

Het begrijpen van de oorzaken van een driftbui maakt het omgaan ermee makkelijker. Er zijn twee sleutelbegrippen:  acceptatie en geduld.

TIPS:

  • Let goed op de signalen. Als je voelt dat je kind een driftbui zou kunnen krijgen, probeer dan zijn aandacht af te leiden. ‘Kijk, lieverd…’ Het werkt meestal goed bij een jong kind (tussen 1 en 2 jaar oud). In het geval van een ouder kind is het raadzaam om samen met hem de plek te verlaten of hulp aan te bieden als de situatie dreigt te ontsporen (zullen we samen de trein opzetten?).
  • Laat je kind uitrazen. Ga niet met hem in discussie en doe ook geen voorstellen (we gaan zo meteen…..). Het emotionele deel van zijn brein heeft op dat moment de controle, dus het kind heeft geen toegang tot het rationele deel van de hersenen. Jouw woorden of uitleg hebben geen effect, hij hoort ze niet, ze maken hem alleen maar bozer. Benoem enkel zijn emotie, zoals ‘je bent erg boos, hé’.  Wees voor hem de spiegel van zijn emoties, want dat helpt hem zichzelf te begrijpen. En het kind voelt zich hierdoor gezien. Woorden hebben een kalmerende kracht. En op deze manier leert je kind de termen voor deze stemmingen (gefrustreerd, boos, verdrietig…… enzovoort). Ook boekjes lezen over emoties is een aanrader.
  • Geef niet toe aan de wensen, want in dat geval worden driftbuien een aangeleerde tactiek om voor elkaar te krijgen wat het wil.
  • Besef dat driftaanvallen een uitlaatklep zijn van emoties op een leeftijd waarop het kind nog geen andere middelen heeft. Omarm of knuffel je kind als hij rustig is. Voor hem is het ook een pijnlijke en schokkende ervaring.
  • Vermijd zoveel mogelijk situaties voor je tweeling die driftbuien kunnen oproepen, zoals boodschappen doen als ze moe zijn of behoefte hebben om te bewegen. Er zijn ook momenten op de dag waarop je zeker een driftbui kunt verwachten, zoals aan het einde van de dag. Het veranderen van bepaalde routines, zoals eerder eten, minder activiteiten op deze momenten etc. kan helpen om deze te verminderen. Misschien ben je op deze momenten te vaak /veel alleen en is het goed om hulp in te plannen. Overprikkeling is ook vaak een trigger! Houd de namiddag rustig, vermijd drukke spelletjes en drukke tv programma’s, zeker bij hooggevoelige kinderen.
  • Sta je kinderen toe om, waar het kan, zelf te mogen beslissen. Teveel inperking zorgt voor driftaanvallen, terwijl een flexibele houding ze vermindert. In sommige zaken moet je doorpakken (het is bedtijd, nee, geen snoep nu), maar in andere kun je ze laten kiezen, bv tusen twee opties (de rode of blauwe trui?). Wees ook creatief, bijvoorbeeld: nee, deze auto kan ik nu niet voor je kopen, maar ik schrijf het wel op de lijst voor je verjaardag).
  • Verlies je geduld niet in hun bijzijn. Jouw gedrag is hun voorbeeld.

Uiteindelijk gaat ook deze fase weer voorbij. Opeens zul je merken dat er al een tijdje geen driftbui is geweest. Dan worden ze een uitzondering, in plaats van een (bijna) dagelijkse gebeuren.

Comparte este artículo si te ha gustado
Facebook
Twitter
Email
WhatsApp