Coks Feenstra

Welkom

Persoonlijk

Publicaties

Boeken

Lezingen

Vragen & Antwoorden

Contact

- Themas -


- Zoeken -

Zoek door middel van trefwoorden het thema dat jou persoonlijk interesseert:

Publicaties

DRIELINGEN OP SCHOOL

DRIELINGEN OP SCHOOL

Is het al lastig om bij een tweeling een goede beslissing te nemen over het dan al niet plaatsen in één klas, bij een drieling is deze keuze nog moeilijker. Niet in het laatst omdat er vaak maar twee klassen zijn!

De keuze speelt al als de drieling naar de kinderopvang gaat. Hier gelden dezelfde overwegingen als bij een tweeling (zie het artikel 'Babytweeling samen in de crèche) : een drielingbaby is er vanaf zijn prenatale leven aan gewend om samen met zijn broertjes of zusjes te zijn en ontwikkelt eerder het ‘wij-gevoel’ dan het ik-besef. Ik ben er dan ook een voorstander van om hen in één groep te plaatsen tot de leeftijd waarop de drieling naar de kleuterschool gaat. Op vierjarige leeftijd hebben de kinderen inmiddels een duidelijk ‘ik-gevoel’ en kunnen ze goed periodes zonder elkaar doorbrengen. De vraag is echter wel: is dit nodig en wenselijk?

Ik kan hier, net als bij tweelingen, niet een eenduidig advies geven dat voor elke drieling opgaat. Wat voor de ene drieling een prima optie is, kan voor een andere helemaal niet werken. Zo kan het voor een drieling, die niet naar de kinderopvang is geweest noch ervaring heeft met lange pozen van huis zijn, beter zijn om in één klas te beginnen. De aanwezigheid van hun broertjes /zusjes helpt hen bij de gewenning. Op zesjarige leeftijd, als ze naar de lagere school gaan, kan er dan opnieuw bekeken worden wat het beste is: zo doorgaan of toch splitsen.

Bij andere drielingen, die al ervaring hebben met de kinderopvang, kan een splitsing een goede keuze zijn. Bijvoorbeeld als één van de drie erg domineert over de andere twee; als ze onderling veel vechten of erg competitief zijn (komt vaker voor bij een jongensdrieling) of als ze met elkaar heel druk gedrag vertonen omdat ze elkaar voortdurend imiteren. Zijn er drie klassen beschikbaar, dan is splitsing een goed idee. Bovendien komen ze dan ieder met eigen verhalen thuis en vaak spelen ze na schooltijd veel harmonieuzer met elkaar. De belangrijkste voorwaarde hier is dat de drieling ook in emotioneel opzicht het aan kan om gescheiden te worden. Dit hoeft niet voor alle drielingen van (drie) of vier jaar te gelden! De drieling van Ana (2 jongens, een meisje, drie-eiig) wordt op advies van de school apart geplaatst in drie verschillende groepen, tegen de wens van de ouders in. Waar de ouders al bang voor waren, gebeurt: alle drie kinderen vertonen duidelijk regressie in hun gedrag (problemen met zindelijkheid, slecht slapen, huilen). Van drie vrolijke kinderen veranderen ze in drie lastige kleuters. Oorzaak: een te vroege scheiding. We moeten niet vergeten dat drielingen vaak premature baby’s zijn en dus in een aantal opzichten jonger zijn dan hun leeftijdsgenootjes. De drieling van Ana wordt vervolgens bij elkaar geplaatst en ze worden weer de vrolijke, zindelijke kleuters van weleer.

Helaas heeft lang niet elke school drie parallelklassen. Soms zijn er wel twee. Hoe kies je dan als ouders en welk kind gaat apart? Hier een aantal voorbeelden uit mijn eigen onderzoeksgroep (70 drielingouders):

Carmen en haar man besloten om hun vierjarige drieling (2 jongens en een meisje, drie-eiig) in één klas te plaatsen. De kinderen hebben een goede band met elkaar en er is niet een dominant. De ouders moesten er echt voor vechten om hun wens in vervulling te zien gaan. De school handhaaft het beleid van ‘meerlingen scheiden’.

Merce en haar man (drie-eiige drielingjongens) besloten om één van hen apart te plaatsen. Hij domineerde erg over zijn twee broertjes die totaal niet tegen hem opkonden. Deze keuze werkte voor alle drie positief. Het zoontje dat alleen in een groep kwam, werd van te voren wel goed voorbereid zodat hij de beslissing niet als een straf beleefde. Ook werd er een buurvriendje bij hem in de groep geplaatst zodat hij niet geheel alleen de stap hoefde te maken.

Een ander ouderpaar (drie-eiige meisjestweeling) besloot om elk jaar te wisselen zodat niet steeds dezelfde alleen in een klas zat. De school werkte mee met dit plan en de meisjes vonden het een eerlijke oplossing, hoewel een jaar voor een van de kinderen wel erg lang duurde!

Is het al lastig om bij een tweeling een goede beslissing te nemen over het dan al niet plaatsen in één klas, bij een drieling is deze keuze nog moeilijker. Niet in het laatst omdat er vaak maar twee klassen zijn!

Soms is er een andere duidelijke reden om een drieling te splitsen: de kinderen verschillen sterk in intellectueel nivo. Dit kan erg frustrerend voor hen zijn. Ieder in een eigen klas maakt de situatie veel relaxter. Bij de keuze welk kind apart gaat, geeft dus het intellectuele nivo de doorslag (het kind dat minder goed mee kan, gaat in een aparte groep).

Bij een twee-eiige drieling (een eeneiige tweeling en een twee-eiig broertje of zusje) is de situatie beslist lastig. We gaan er opnieuw vanuit dat er slechts twee klassen zijn. De tweeling samenplaatsen maakt de situatie voor het derde kind nog moeilijker dan hij vaak al is (vooral als de kinderen van hetzelfde geslacht zijn). Je ziet namelijk vaak dat het ‘derde’ broertje of zusje zich buitengesloten voelt, omdat de eeneiige tweelingen een hele innige band hebben. In dit geval is het dan het beste om ze òf met elkaar te plaatsen of wel het derde kind met één van de tweeling. Hiertoe besloot een moeder uit mijn onderzoeksgroep: ze heeft een eeneiige meisjestweeling en een jongetje. Hij zit met éen van zijn zusjes in de klas. Ze is er zeker van dat hij hierdoor meer contact heeft met zijn zusjes en de kinderen lijken deze situatie te aanvaarden. Toch vindt ze het ook jammer dat de tweelingmeisjes gescheiden zijn. Voor een andere moeder, met een twee-eiige meisjesdrieling, voelde het echter het best om de drieling in één groep te plaatsen op een school met twee parallelklaasen, omdat er op die manier geen enkel kind zich buitengesloten voelt. Een andere moeder met ook een twee-eiige meisjes drieling zocht net zo lang tot ze een school met drie parallelklassen vond, ver van huis. Zij vond dit de enige eerlijke oplossing.

WAT ZEGGEN DE ONDERZOEKEN?

Britta Alin Akerman, een Zweedse psychologe, deed onderzoek onder 17 gezinnen van drielingen. Ze bekeek ook de schoolsituatie. Zij merkte op dat de ouders hun kinderen het liefst bij elkaar houden, de school daarentegen niet. Van haar onderzoeksgroep kozen slechts 5 ouderparen voor verschillende klassen. Daarvan waren er 2 gezinnen waarvan twee kinderen in één klas kwamen en een kind apart. De 12 gezinnen die voor dezelfde klas kozen, waren tevreden met hun keuze. Ze vonden het voor de kinderen het beste en ook voor henzelf, aangezien ouderavonden en extra activiteiten op dezelfde momenten plaatsvinden. Dit voorkomt uiteraard een hoop stress. Wel merkten ze vaak een kritische houding van buitenaf, alsof ze hun keuze moesten verantwoorden. Dit gaf hen meer stress dan de schoolkeuze op zich.

Leraren rapporteerden in dit onderzoek dat bij een drieling vaak één wat wijzer en socialer is. Deze wordt dan al snel de spreekbuis voor de andere twee. Ook let een drieling soms erg op elkaar en kan de competitie flink zijn. Toch zijn er ook leraren in dit onderzoek die juist de voordelen van één klas zien; ze begrijpen de positie van de ouders en daarnaast lukt het hen om de kinderen als aparte individuen te zien en te stimuleren. ‘Als ze onderling niet erg afhankelijk van elkaar zijn, is het een uitdaging om hen alledrie in de klas te hebben, hun verschillen te zien en mee te maken hoe ze zich alledrie ontwikkelen’, was het commentaar van één van de leraren.

Soms is een leraar te negatief over een mogelijke plaatsing van een drieling in zijn klas, omdat hij bang is voor een blok dat de eenheid in zijn groep verstoort. Dit zegt dan meer over de leraar dan over de realiteit van een drieling. Hij heeft er zelf moeite mee om een drieling als drie losse individuen te zien.

Akerman merkt op dat veel ‘deskundigen’ (schoolleiding, leraren, etc.) ervan uitgaan dat een drieling beter apart geplaatst kan worden (hetzelfde geldt trouwens voor tweelingen). Mijn ervaring is ook dat juist mensen, die niet veel van tweelingen en drielingen afweten, vaak voorstander zijn van aparte klassen. Ook Akerman zelf was deze mening aanvankelijk toegedaan. Maar hoe meer ze leerde over de dynamiek in een drielingen-relatie, hoe genuanceerder haar oordeel werd. Zij concludeert tot slot in haar artikel op grond van haar bevindingen dat de keuze voor één klas veel positiever uitpakt dan ze verwachtte. Zowel de ouders als de kinderen waren positief. Maar, zo concludeert zij, bij hele grote verschillen in rapportcijfers en beoordelingen, kan een splitsing echter wel op zijn plaats zijn !

Zoals jullie zien, zijn er vele factoren die jullie in ogenschouw moeten nemen, zoals de relatie tussen jullie kinderen, hun zygositeit (zijn ze drie-, twee of eeneiig), hun intellectueel nivo (zijn er grote verschillen) en last, but not least, hun leeftijd. Het is goed mogelijk dat jullie aanvankelijk voor één klas kiezen, bijvoorbeeld op de kleuterschool en later toch voor aparte klassen. Het kan ook zijn dat de drieling de hele lagere school in één klas zit, simpelweg omdat er geen andere keuze is. Er zijn geen studies die aantonen dat dat in het nadeel van de kinderen werkt.

Graag hoor ik ook van jullie graag eigen ervaringen en beslissingen. Dit is een thema waar nog maar weinig onderzoek naar gedaan is, dus alle informatie is welkom.

Foto's: een twee-eiige meisjesdrieling met hun één jaar jongere zusje.

Geraadpleegde literatuur:

‘Twin and triplet Psychology’ Audrey Sandbank (red.), Routledge



[ meer artikelen over School, samen of apart ]

Coks Feenstra - Psicóloga Infantil

design by Gissel Enriquez - development by Jeronimo Design