Coks Feenstra

Welkom

Persoonlijk

Publicaties

Boeken

Lezingen

Vragen & Antwoorden

Contact

- Themas -


- Zoeken -

Zoek door middel van trefwoorden het thema dat jou persoonlijk interesseert:

Publicaties

WAT KUNNEN WE DOEN AAN DE COMPETITIE VAN ONZE TWEELING?

Competitie tussen een tweeling kan heel heftig zijn. “Onze jongens, 6 jaar en eeneiig, vechten continu om de eerste plaats. Dat begint al ’s morgens bij het opstaan met de vraag wie van de twee het langst heeft geslapen.

“Dit gaat de hele dag zo door. Vooral Nico wil in alles uitblinken. Nu is hij ook net iets beter op school en in sport, met name omdat hij zo fanatiek is en zich iets meer inspant. Jeroen is minder fanatiek. Nu is Nico ook nog gescout om te gaan voetballen en zijn broer niet. Jeroen heeft last van dit verschil, hij begint op een negatieve manier aandacht te vragen. Daardoor moeten we hem meer corrigeren dan zijn broer. En dat leidt er weer toe dat hij denkt dat we meer van Nico houden. Hoe we ook zeggen dat dat niet zo is, maakt weinig uit. Hoe komen we uit deze negatieve spiraal?”

Competitie tussen een tweeling kan heel heftig zijn. “Onze jongens, 6 jaar en eeneiig, vechten continu om de eerste plaats. Dat begint al ’s morgens bij het opstaan met de vraag wie van de twee het langst heeft geslapen.

De competitie zit deels in het karakter van het kind, maar er spelen bij tweelingen twee externe factoren mee. Ten eerste wil een ieder de beste zijn om daarmee ouderlijke liefde veilig te stellen. Het tweelingkind wil, net als een eenlingkind, de ouderlijke liefde het liefst voor zichzelf. En ten tweede is elkaar de loef afsteken ook een manier om te ontdekken ‘wie ben ik?’. Voor een eeneiige tweeling is dat niet makkelijk. Ze hebben immers veel eigenschappen gemeen. Elk kind streeft naar een duidelijk ‘ik’ gevoel. Bij de twee-eiigen speelt mee dat hun talenten sterk kunnen verschillen waardoor een alles sneller en beter doet dan de ander. Dat is natuurlijk ook enorm frustrerend.

Vanwege deze twee onderliggende behoeftes stel ik de volgende tips voor:

• Organiseer individuele ‘mama’- en ‘papa’ tijd met elk kind. Leg dit vast in het week- schema, zodat het een gewoonte wordt. Dat geeft rust aan de kinderen, ze weten wanneer ze op volle aandacht kunnen rekenen. Voor ouders is het veel makkelijker om in te tunen op elk kind apart, omdat er geen ‘stoorzenders’ zijn. Voor Jeroen is dit de manier waarop hij zal voelen dat papa en mama net zoveel van hem houden als van zijn broer. Ook individuele tijd met de grootouders of andere familie-leden is een goed idee (het kind dat thuisblijft, geniet nog weer eens extra ouder-aandacht).

• Laat ze een poster maken van zichzelf. Een soort‘Facebook perfil’ op een groot vel papier waarop een ieder aan geeft wie hij is: zijn hobbies, zijn talenten, zijn lievelingspeelgoed, lievelingskleur, foto’s van hem alleen etc. Zo zien ze letterlijk de verschillen tussen hen.

• Elk kind heeft eigen aspecten waarin het uitblinkt. Het is goed om, in dit geval, die van Jeroen te benoemen en aandacht te geven. School beoordeelt met name de intellectuele kant van een kind en dat is eenzijdig.

• Laat het idee los dat aandacht gelijk te verdelen valt. Ieder kind roept bij zijn ouders andere emoties op en een eigen specifieke manier van handelen. Dat is juist goed! Want daarmee ervaren ze ook dat ze als twee verschillende kinderen worden gezien en benaderd. Soms krijgt de één wat meer aandacht, omdat hij minder goed in zijn vel zit en het nodig heeft; soms komt de ander wat meer aan bod. Dat is ok en dat kun je hen uitleggen. De ervaring leert namelijk dat, als ouders proberen alles heel erg eerlijk te verdelen, de kinderen eraan wennen om alles op een weegschaal te leggen. Daarmee wordt het vergelijken nog erger. Mochten de kinderen zelf dat doen (je geeft hem meer dan aan mij), bagataliseer het dan en doe het af met een opmerking als ‘ja, nu heeft hij mazzel, volgende keer jij’. . Geef elk kind wat bij je opkomt : een knuffel, een lovend woordje, een berisping of, zoals hier, de mogelijkheid om in een sporttraining mee te doen. Het andere kind kan zijn hobby beoefenen.

• Spreek met het kind dat meer correctie nodig heeft, een gebaar af voor als hij weer dreigt te rebelleren. Dit voorkomt een verbale berisping. En beloon vooral zijn fijne gedrag, met een extra knuffel, een dikke glimlach etc.

• Het dominante, competitieve kind is meestal ook het onzekere kind. Bij de eeneiigen kan dit patroon veranderen. Het is dus allemaal nogal betrekkelijk. De kinderen zijn nog volop in ontwikkeling. Het is heel goed mogelijk dat over een poos Jeroen zijn broer gaat overtreffen.

• Het vergelijken van de kinderen doet competitie toenemen. Vermijd opmerkingen waarin de een positief wordt beoordeeld ten opzichte van de ander. Bijvoorbeeld: Je broer helpt me zo fijn met allerlei klusjes. Kun jij dat ook niet wat vaker doen? Dit klinkt voor het tweelingkind als ‘hij is lief en ik niet’.

Hier een interessant en persoonlijk verslag van tweelingmoeder/ auteur Pamela Prindle Fierro die trucs heeft bedacht om haar achtjarige dochters minder competitief te laten zijn: https://www.verywellfamily.com/twin-sibling-rivalry-2447082

Coks Feenstra



[ meer artikelen over De opvoeding van een tweeling / drieling ]

Coks Feenstra - Psicóloga Infantil

design by Gissel Enriquez - development by Jeronimo Design