Coks Feenstra

Welkom

Persoonlijk

Publicaties

Boeken

Lezingen

Vragen & Antwoorden

Contact

- Themas -


- Zoeken -

Zoek door middel van trefwoorden het thema dat jou persoonlijk interesseert:

Publicaties

NIEUW ONDERZOEK OVER PLAATSING VAN TWEELING BIJ START VAN SCHOOL

NIEUW ONDERZOEK OVER PLAATSING VAN TWEELING BIJ START VAN SCHOOL

Is of het de taak van de schooldirectie is om te bepalen of een tweeling wel of niet bij elkaar in de klas komt bij aanvang van de basisschool? Verschillen de meningen van de schooldirecteuren van die van onderwijzers, ouders en tweelingen zelf? Waarom zijn er zoveel scholen die splitsing voorstaan tegen de wil van de ouders in?

Al deze issues onderzoekt Lynn Melby Gordon (California State University, Northridge) in een groep van 131 schooldirecteuren, 54 onderwijzers, 201 ouders van tweelingen en 112 tweelingen (46% van 5 jaar of jonger, 23% 6 -11 jaar; 14% 12-18 jaar en 17% 23 - 46 jaar); 74% van de tweelingen is twee-eiig en 26% eeneiig.

Dit is het eerste onderzoek dat specifiek de mening van de schooldirecties onder de loupe neemt. Het onderzoek vond plaats in USA in 2014. In dit continent is één op de dertig geboortes een tweeling. Dit betekent dat er praktisch in iedere klas een tweeling zit. Tijd dus om schoolprocedures in te voeren die gebaseeerd zijn op wetenschappelijk onderzoek in plaats van een willekeurig beleid te hanteren, meestal gebaseerd op ideeën die mogelijkerwijs tweelingen schaden.

OVERZICHT VAN VORIG ONDERZOEK

Vanaf 1966 tot op heden is er veel onderzoek verricht over het thema. Helen L. Koch, 1966, ontdekte dat jonge tweelingen (5 - 7 jaar) die samen zijn, het iets beter deden op academisch niveau en meer populariteit in de klas en bij leraren genoten dan de gescheiden tweelingen.

Van Leeuwen en collega’s vonden, in 2005, geen academisch verschil tussen de gescheiden en niet gescheiden tweelingen van de basischool, maar wel meer internaliserende problemen (teruggetrokkenheid, psychisch somatische klachten, angst, depressie) bij de gescheiden groep. Dit laatste feit was ook, in 2004, door Tully en collega’s geconcludeerd in een zeer uitgebreid onderzoek bij tweelingen van 5 tot 7 jaar. Tully stelde ook meer academische problemen vast bij de gescheiden tweelingen in vergelijking met hen die samen waren.

Webbink, Hay en Visscher, 2007, constateerden dat de niet gescheiden groep hoger scoorde op taal, maar vond verder geen verschil op cognitief niveau tussen de groepen.

Conventry en collega´s, 2009, constateerden betere leesresultaten in de eerste drie schooljaren bij tweelingen die samen waren.

Grime, 2008, onderzocht hoe tweelingen van 6 tot 9 jaar de (gedwongen) scheiding van klas beleefden. Hij stelde vast dat er gevoelens waren als verdriet, boosheid, angst en eenzaamheid die de kinderen belettten om succesvol op school te zijn.

DE BELANGRIJKSTE UITKOMSTEN VAN GORDON’ S ONDERZOEK

• 71% van de schooldirecties is voor splitsing van tweelingen en 84% van hen heeft individualisme hoog in het vaandel.

• 27% van de schooldirecties erkent dat ze de scheiding doorzet tegen de wil van de ouders in.

• 51% van de schooldirecties die voor splitsing is, meent dat het apart zijn de schoolresultaten positief beïnvloedt en 22% is van mening dat wetenschappelijke studies dit aantonen.

Is of het de taak van de schooldirectie is om te bepalen of een tweeling wel of niet bij elkaar in de klas komt bij aanvang van de basisschool? Verschillen de meningen van de schooldirecteuren van die van onderwijzers,  ouders en tweelingen zelf? Waarom zijn er zoveel scholen die splitsing voorstaan tegen de wil van de ouders in?

• 90% van de onderwijzers heeft er geen bezwaar tegen om een tweeling in de klas te hebben.

• 62% van de ouders is voor gezamenlijke plaatsting van hun tweeling, hoewel 58% van de tweelingen apart geplaats wordt.

• 95% van de ouders vindt het onaanvaardbaar dat de schooldirectie de plaatsing van tweelingen in de klas bepaalt.

• 81% van de tweelingen geeft aan samen te willen zijn tijdens de beginjaren van de schooltijd. 100% van de eeneiige meisjestweeling geeft aan samen te willen zijn.

• Naarmate de tweelingen ouder worden, zijn ze meer geneigd om een voorkeur voor scheiding van klassen uit te spreken.

• 20% van de tweelingen lijdt onder de scheiding van klas.

SCHOOLDIRECTIE HEEFT VOORKEUR VOOR SPLITSING

Zoals te zien in de tabel, zijn het vooral de schooldirecteuren die tweelingen wilden scheiden (71%), in vergelijking tot onderwijzers (49%), ouders (38%) en tweelingen zelf in leeftijd van 4 tot 7 jaar (19%) . Deze voorkeur komt, bij 84%, voort uit de overtuiging dat individualisme een belangrijk gegeven is dat bij tweelingen in het gedrang komt en gestimuleerd moet worden. Alleen apart kunnen ze hun identiteit ontwikkelen, aldus deze denkwijze. Een tweeling die aangeeft samen te wilen zijn, wordt als te afhankelijk van elkaar gezien.

De directeuren gingen er van uit dat tweelingen die gescheiden zijn, het beter doen op academisch niveau en een deel van hen dacht dat de studies dit bevestigden (onderzoek geeft het tegenovergestelde aan).

Slechts 29% van de directies vond dat tweelingen niet gescheiden moesten worden. Hun ideeën waren totaal tegenovergesteld. Zij hechtten belang aan de speciale band die tweelingen hebben; ze vonden de tweeling met vier jaar nog te jong voor een splitsing. Ze achtten het belangrijk dat een tweeling zich prettig voelde en geen angst zou hebben. Ook waren ze van mening dat splitsing niet tot betere schoolresultaten zou leiden. Deze onderwijzers waren wel voor splitsing in latere schooljaren, 39% raadde het aan voor groep 3, 31% voor groep 4, 22% voor groep 5, 3% voor groep 6 en 7 en 3% voor groep 8.

WENS VAN OUDERS VERSUS WENS VAN SCHOOLDIRECTIE

45% van de schooldirecties gaf aan dat ze tweelingen altijd scheidde bij aanvang van school; 46% gaf aan dat ze tweelingen soms scheidde en soms samen plaatste en 9% gaf aan dat ze tweelingen altijd bij elkaar plaatste. 27% gaf toe dat ze een tweeling van elkaar scheidde tegen de wil van de ouders in. Hoewel 25% van de schooldirecties aangaf dat de scheiding voor tweelingen helemaal niet traumatisch was, gaf 69% aan dat dit wel het geval was en 6% zelfs dat het zeer traumatisch was. 49% van de schooldirecties vond het juist dat zij het beleid ten aanzien van plaatsing van klas bepaalde en 51% was van mening dat ouders hun tweeling het beste kent en dat de school hun wensen zou moeten respecteren.

Van de ouders, vond 62% dat een tweeling bij aanvang van de basisschool, op vier jarige leeftijd niet gescheiden moest worden. Daarentegen werd 58% van de tweelingen gescheiden.(6 van elke 10).

Is of het de taak van de schooldirectie is om te bepalen of een tweeling wel of niet bij elkaar in de klas komt bij aanvang van de basisschool? Verschillen de meningen van de schooldirecteuren van die van onderwijzers,  ouders en tweelingen zelf? Waarom zijn er zoveel scholen die splitsing voorstaan tegen de wil van de ouders in?

De redenen waarom ouders voor samen kozen, waren:

• Ze vonden dat er geen enkele reden was voor het scheiden van de tweeling.

• Ze vonden dat hun kinderen goed en liefdevol met elkaar omgingen en gaven aan deze relatie te willen respecteren.

• Ze vonden een splitsing te vroeg, hoewel ze die mogelijkerwijs wel op een later moment zouden overwegen.

• Ze dachten niet dat een scheiding van klas de prestaties van hun kinderen positief zou beïnvloeden.

• Ze wilden dat hun kinderen zich prettig en op hun gemak zouden voelen in de klas.

38% van de ouders was wel voor een scheiding. In al deze gevallen werd de wens van de ouders gehonereerd.

De redenen waarom ouders voor aparte klassen kozen, waren:

• Ze vonden dat scheiding van klas de ontwikkeling van de eigen individualiteit en hun onafhankelijkheid zou bevorderen.

• Omdat een van de twee verlegener was, zou een scheiding hem/haar helpen om op eigen benen te staan.

• Ze dachten dat het gescheiden zijn de tweeling zou helpen om niet afhankelijk van elkaar te zijn.

• Ze dachten dat de schoolresultaten beter zouden zijn.

• Ze maakten zich zorgen dat een het beter zou doen op school en ze wilden negatieve vergelijkingen voorkomen.

Is of het de taak van de schooldirectie is om te bepalen of een tweeling wel of niet bij elkaar in de klas komt bij aanvang van de basisschool? Verschillen de meningen van de schooldirecteuren van die van onderwijzers,  ouders en tweelingen zelf? Waarom zijn er zoveel scholen die splitsing voorstaan tegen de wil van de ouders in?

Slechts 5% van de ouders ging er mee akkoord dat de schoolleiding de beslissing over plaatsing van hun kinderen nam. 95% van de ouders vond dit een onjuiste gang van zaken is, omdat zijn hun kinderen het beste kennen. Daarentegen dacht slechts 51% van de schoolleiding dat ouders de kinderen het beste kennen en dat de school hun wens zou moeten respecteren.

DE HOUDING VAN DE ONDERWIJZERS

Deze groep was verdeeld: 49% geloofde dat splitsing wel goed was voor de tweeling, vanwege de ontwikkeling van hun identiteit; 51% vond dat ze beter samen konden beginnen vanwege hun nauwe band. 91% gaf aan geen problemen te hebben als er een tweeling samen in hun klas werd geplaatst.

WAT WILLEN DE TWEELINGEN ZELF?

81% van de tweelingen, 3 tot 5 jaar oud, gaven aan samen in de klas te willen zitten. Daarbij bleek 100% van de eeneiige meisjestweelingen samen te willen zijn. Onderzoekster Helen L. Koch vond in 1966 hetzelfde gegeven.

De redenen die de kinderen aangaven, waren:

  1. Het graag samenzijn, het elkaars beste vrienden zijn.
  1. De angst om de ander te missen.

19% van de tweelingen wilde wel gescheiden worden.

De redenen die ze aangaven, waren:

  1. Slecht gedrag van de één of ruzies onderling

2 De wens om eigen vrienden te hebben

Bij het ouder worden, vanaf groep 3 tot en met de middelbare school, veranderden de ideeën van de tweeling en nam de wens om gescheiden van elkaar te zijn toe. Hier speelde de wens van een eigen individualiteit en onafhankelijkheid een rol. Van de volwassen tweelingen, in de leeftijd van 18 tot 46 jaar, van wie 62% gescheiden werd in de eerste twee jaren van de basisschool, was slechts 42% voor splitsing van klassen op deze leeftijd.

De voorkeur van samenzijn betreft dus vooral de start van het schoolleven.

WAT IS HET EFFECT VAN DE SCHEIDING?

Gordon onderzocht in hoeverre het gescheiden zijn een trauma voor de kinderen was. 58% van de schooldirecties bevestigde dat het enigzins traumatisch was. Van de ouders gaf 3% aan dat het werkelijk traumatisch was en 17% gaf aan dat er negatieve, traumatische gevolgen waren geweest. Dit betekent dat een vijfde van alle tweelingen er onderleed. Veel tweelingen in de leeftijd van 6 tot 42 jaar gaven aan dat de scheiding traumatisch was geweest. Gevoelens als eenzaamheid en angst werden het meeste genoemd. Maar er waren ook positieve geluiden, zoals: het leren om op jezelf te zijn, eigen vrienden maken, bevrijd te zijn van een knellende band, meer autonomie en aangesproken te worden met eigen naam (geen verwarringen).

DISCUSSIE

In dit onderzoek werd duidelijk dat de ouders hun wensen wat betreft de plaatsing van hun tweeling op school goed onderbouwen, waarbij ze naar de behoeftes en emotionele leeftijd van hun tweeling kijken. De school hanteert echter standaardnomen. Dit feit werd ook door Staton gevonden in 2012, die vaststelde dat alleen de ouders de wens van de kinderen serieus nemen, in tegenstelling tot de schoolleiding.

In dit onderzoek gaf 95% van de ouders aan dat zij hun kinderen het beste kent en dat ze vond dat de school hier rekening mee moet houden. De belangrijkste conclusie is dat 81% van de tweelingen die de school begonnen, aan gaven samen te willen zijn, terwijl er 58% gescheiden werd. Dat betekent dat twee van elke drie tweelingparen ongelukkig is over de beslissing. Deze studie geeft de tweelingen een stem, zowel de jonge als oudere onder hen.

CONCLUSIES

Deze studie maakt duidelijk dat de schooldirecties bevooroordeeld zijn vanuit een overwaardering van individualisme van waaruit ze de scheiding voorstaan. Hun beleid is discriminerend ten aanzien van hen die een meerling zijn en er is een favoritisme ten aanzien van eenlingen. Er ontbreekt kennis over de wereld van de tweeling. Een warme, hechte band op vierjarige leeftijd werd beschouwd als een teken van afhankelijkheid. De tweelingband werd niet gezien als een wezenlijk onderdeel van de identiteit van de betreffende kinderen. De zekerheid die deze band schept en de emotionele steun die er vanuit gaat, werden niet erkend, evenmin als het belang van het samenzijn dat de stap van huis naar school vergemakkelijkt. Malmstrom and Davis (1999) hebben in hun onderzoek aangetoond dat de ontwikkeling van de identiteit in tweelingen vertraagd wordt en niet versneld door een te vroege scheiding op school en dat tweelingen die gescheiden worden, zich zorgen maken over het welzijn van de ander, waardoor ze minder goed presteren.

Gordon erkent dat soms een splitsing van een tweeling terecht is, bijvoorbeeld bij een problematische relatie tussen de kinderen. Maar in alle andere gevallen, waarin er geen reden is tot splitsen, zijn de meeste kleutertweelingen beter af als ze samen beginnen. Er kunnen ook aan aantal situaties zijn waarbij dit nog urgenter is, zoals bij een scheiding van ouders, bij ziekte of dood van een familielid, een verhuizing etc.

Dit onderzoek ondersteunt niet het normatieve beleid dat schooldirecties uitvoert, namelijk het opleggen van scheiding voor alle tweelingen, tegen de wens van de ouders in. Zoals aangetoond kunnen tweelingen daardoor ongewenste, traumatische ervaringen beleven die hun verdere schooltijd negatief kunnen beïnvloeden (Tully en collega’s).

Dit onderzoek hoopt te bewerkstellingen dat de schoolervaring voor tweelingen verbetert door er voor te zorgen dat tweelingen op een juiste manier geplaatst worden, samen of apart, afhankelijk van de wens van de ouders. Daarbij wordt zowel gekeken naar de emotionele, sociale en academische behoeftes van de tweeling als naar de bevindingen van onderzoek in plaats van ideeën te hanteren die van elk wetenschappelijke basis gespeend zijn.

Twins and Kindergarten separation, divergent beliefs of principals, teachers, parents and twins. Educational Policy, 2014, by Lynn Melby Gordon, PhD., profesor of Department of Elementary Education, California State University, Northridge.

Vertaling:

Coks Feenstra, ontwikkelingspsychologe en tweelingspecialist



[ meer artikelen over School, samen of apart ]

Coks Feenstra - Psicóloga Infantil

design by Gissel Enriquez - development by Jeronimo Design